Een zorgkundige kan een waardevolle versterking zijn voor een team van thuisverpleegkundigen. De zorg kan beter worden verdeeld, terwijl er meer ruimte ontstaat voor continuïteit, overleg en persoonlijke aandacht. Een zorgkundige mag echter niet zelfstandig om het even welke verpleegkundige handeling uitvoeren. Dat kan alleen binnen een gestructureerde equipe, na delegatie door een verpleegkundige en met naleving van duidelijke beroepsrechtelijke en administratieve voorwaarden.
Sinds 1 juli 2026 gelden bovendien nieuwe regels voor de samenstelling van zo’n equipe. Het koninklijk besluit van 24 juni 2026 neemt het nieuwe beroep van basisverpleegkundige op in artikel 8 van de nomenclatuur en verduidelijkt welke verpleegkundige profielen in een gestructureerde equipe mogen samenwerken.
Voor Thuisverpleging Kathleen Deschaght staat veilige, professionele zorg bij de patiënt thuis voorop. Daarom leggen we uit welke regels vandaag gelden wanneer een zorgkundige deel uitmaakt van een gestructureerde equipe.
Wat veranderde op 1 juli 2026?
Het koninklijk besluit van 24 juni 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 2026 en gevolgd door een technisch corrigendum op 8 juli 2026, wijzigt artikel 8 van de verpleegkundige nomenclatuur.
Voor een equipe die met zorgkundigen werkt, zijn vooral deze veranderingen belangrijk:
- De nomenclatuur gebruikt voortaan consequent de term gestructureerde equipe, in overeenstemming met het KB van 12 januari 2006. Oudere teksten gebruiken vaak nog “structurele equipe”.
- De equipe moet bestaan uit minstens drie beoefenaars van de verpleegkunde, van wie minstens twee verpleegkundigen verantwoordelijk voor algemene zorg, afgekort VVAZ.
- Alle leden van de gestructureerde equipe moeten hetzelfde nummer gestructureerde equipe gebruiken.
- De basisverpleegkundige wordt als afzonderlijk verpleegkundig beroep opgenomen in artikel 8. Voor basisverpleegkundigen wordt een nieuwe § 13 ingevoerd, naast § 12 over zorgkundigen.
Dit betekent praktisch dat het derde verpleegkundige lid van een equipe, naast de twee vereiste VVAZ, een andere VVAZ of een basisverpleegkundige kan zijn, voor zover ook aan alle overige voorwaarden wordt voldaan.
Let op met oudere informatie die nog spreekt over “minstens drie gegradueerde of gebrevetteerde verpleegkundigen” en uitsluitend over een groepsnummer voor de derdebetalersregeling. Die formulering weerspiegelt de situatie vóór 1 juli 2026. De latere tekst van het KB van 24 juni 2026 heeft voorrang.
Een zorgkundige is geen basisverpleegkundige
De hervorming introduceert de basisverpleegkundige in de nomenclatuur, maar verandert een zorgkundige niet in een verpleegkundige. Beide beroepen hebben een verschillende opleiding, bevoegdheid en verantwoordelijkheid.
Een zorgkundige:
- staat een verpleegkundige bij;
- werkt binnen een gestructureerde equipe;
- voert alleen wettelijk toegestane activiteiten uit;
- doet dat na delegatie door een verpleegkundige en onder diens toezicht;
- rapporteert volgens de afspraken van de equipe.
Een basisverpleegkundige is daarentegen een beoefenaar van de verpleegkunde. Die kan autonoom handelen in minder complexe zorgsituaties en werkt in complexere situaties nauw samen met een VVAZ.
Sinds 1 juli 2026 kan een basisverpleegkundige onder de RIZIV-voorwaarden zelf verstrekkingen uit artikel 8 attesteren.
Bij zorg die langer dan 24 uur duurt, beoordeelt een VVAZ de complexiteit van de zorgsituatie en stelt die het verpleegplan op. Wanneer een basisverpleegkundige de zorg al heeft opgestart, moet deze beoordeling volgens het RIZIV uiterlijk op de vijfde dag na de start plaatsvinden. Het verpleegplan wordt aan het verpleegdossier toegevoegd.
De nieuwe regels voor basisverpleegkundigen vervangen de delegatieregels voor zorgkundigen dus niet. Voor zorgkundigen blijven het KB van 12 januari 2006 en artikel 8, § 12 van de nomenclatuur bepalend.
Drie regelgevingen die samen gelezen moeten worden
De voorwaarden steunen op drie juridische pijlers.
Ten eerste is er het Koninklijk besluit van 12 januari 2006 tot vaststelling van de verpleegkundige activiteiten die de zorgkundigen mogen uitvoeren en de voorwaarden waaronder de zorgkundigen deze handelingen mogen stellen.
De geconsolideerde tekst vermeldt raadpleging van vroegere versies vanaf 3 februari 2006 en tekstbijwerking tot 18 maart 2019. Dit besluit bepaalt welke handelingen aan een zorgkundige kunnen worden gedelegeerd en aan welke vijf eisen de gestructureerde equipe moet voldoen.
Ten tweede is er artikel 8, § 12 van de RIZIV-nomenclatuur. Deze paragraaf bepaalt onder welke bijkomende voorwaarden de ziekteverzekering tegemoetkomt in verstrekkingen waarbij een zorgkundige gedelegeerde verpleegkundige activiteiten uitvoert.
Ten derde is er het KB van 24 juni 2026. Dat besluit actualiseert artikel 8, vervangt de vroegere samenstellingsvoorwaarde van de equipe en integreert de VVAZ en basisverpleegkundige in de nomenclatuur.
De eerder gepubliceerde officieuze coördinatie van artikel 8, in werking sinds 1 november 2025, bevat de wijzigingen van juni 2026 nog niet. Die versie moet voor de actuele toepassing daarom samen worden gelezen met het KB van 24 juni 2026 en het corrigendum van 8 juli 2026.
De vijf basisvoorwaarden uit het KB van 12 januari 2006
Artikel 3, § 1 van het KB van 12 januari 2006 legt vijf eisen op.
1. Toezicht moet werkelijk mogelijk zijn
De equipe moet zo georganiseerd zijn dat verpleegkundigen toezicht kunnen uitoefenen op de activiteiten van de zorgkundigen.
De toezichthoudende verpleegkundige moet bereikbaar zijn voor informatie en ondersteuning en beoordeelt wanneer fysieke aanwezigheid noodzakelijk is.
2. Continuïteit en kwaliteit moeten verzekerd zijn
De inzet van een zorgkundige mag de opvolging of veiligheid van de patiënt niet verzwakken. De equipe blijft verantwoordelijk voor een organisatie die de continuïteit en de kwaliteit van de zorg verzekert.
3. Er is gezamenlijk patiëntenoverleg
De equipe organiseert gezamenlijk overleg over de patiënten. Tijdens dit overleg wordt het zorgplan geëvalueerd en, wanneer nodig, bijgestuurd.
4. Er is een samenwerkings- en rapporteringsprocedure
De afspraken tussen verpleegkundigen en zorgkundigen moeten duidelijk zijn. De zorgkundige rapporteert nog dezelfde dag aan de verpleegkundige die toezicht houdt op de activiteiten.
5. De equipe krijgt permanente opleiding
Permanente vorming is een blijvend onderdeel van kwaliteitsvolle samenwerking en veilige delegatie.
De gestructureerde equipe moet zelf kunnen aantonen dat deze vijf criteria in de praktijk worden nageleefd. Alleen afspraken op papier zetten, is niet voldoende.
De actuele samenstellingsvoorwaarden van de equipe
Sinds 1 juli 2026 moet de gestructureerde equipe bestaan uit minstens drie beoefenaars van de verpleegkunde, van wie minstens twee VVAZ.
Deze beoefenaars moeten:
- elk toegetreden zijn tot de nationale overeenkomst;
- de verpleegkunde in hoofdberoep uitoefenen;
- daadwerkelijk meewerken aan een aspect van de zorg van de patiënten;
- meer doen dan uitsluitend administratieve of coördinerende taken;
- hetzelfde nummer gestructureerde equipe gebruiken.
De term VVAZ verwijst naar de verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg en naar de verpleegkundigen die op grond van de wettelijke overgangsmaatregelen op gelijke voet gemachtigd zijn om de verpleegkunde uit te oefenen.
Minstens 3.000 W-waarden per maand gedurende zes maanden
De bestaande activiteitsvoorwaarde blijft behouden. Tijdens elk van de zes maanden vóór de maand waarin een zorgkundige een geattesteerde verstrekking uitvoert, moeten minstens drie verpleegkundige leden van de equipe samen minstens 3.000 W-waarden aan verstrekkingen uit artikel 8 hebben geattesteerd.
Prestaties waarbij een zorgkundige de verzorging geheel of gedeeltelijk heeft uitgevoerd, tellen niet mee voor deze activiteitsvoorwaarde.
De nomenclatuur voorziet uitzonderingen op de voorafgaande periode van zes maanden bij bepaalde fusies of splitsingen van bestaande gestructureerde equipes die al aan de voorwaarden voldoen.
Schriftelijke interne afspraken
De verantwoordelijke van de equipe moet de interne afspraken schriftelijk vastleggen volgens de toepasselijke RIZIV-richtlijn. Daarin staan minstens afspraken over:
- de delegatie van verpleegkundige activiteiten;
- de uitvoering van controlebezoeken;
- de bereikbaarheid en beschikbaarheid van een verpleegkundige;
- gezamenlijk patiëntenoverleg en rapportering;
- het eerste bezoek aan een nieuwe patiënt, dat door een verpleegkundige wordt uitgevoerd;
- de naleving van de afspraken als voorwaarde voor de verzekeringstegemoetkoming.
Elk lid van de equipe, ook de zorgkundige, moet deze afspraken kennen en zich schriftelijk verbinden om ze na te leven.
Door de hervorming is het verstandig bestaande interne afspraken te actualiseren. Controleer of de documenten de term “gestructureerde equipe”, de nieuwe samenstelling met minstens twee VVAZ en het juiste teamnummer vermelden.
Een verklaring op erewoord indienen
De gestructureerde equipe moet bij het RIZIV een ondertekende verklaring op erewoord indienen. Deze verklaring bevat minstens de identificatiegegevens van de equipe, de verantwoordelijke en de leden.
De equipe bevestigt daarin dat zij de toepasselijke regelgeving en de interne afspraken naleeft. Een kopie van de verklaring wordt door de verantwoordelijke van de equipe bewaard.
Wanneer de samenstelling of identificatie van de equipe verandert, moet worden nagegaan of ook de registratie en verklaring moeten worden aangepast.
De zorgkundige heeft een visum en een RIZIV-nummer nodig
Een zorgkundige die binnen een gestructureerde equipe van thuisverpleegkundigen werkt, moet over het vereiste visum en een eigen RIZIV-nummer beschikken.
Bij de aanvraag van het RIZIV-nummer worden onder meer de identificatiegegevens van de equipe en de zorgkundige, het visum en de contractuele band met de equipe meegedeeld.
Het RIZIV raadt aan dat de verantwoordelijke van de equipe deze inschrijving aanvraagt.
Delegatie gebeurt altijd patiëntgericht
Een zorgkundige mag alleen activiteiten uitvoeren die in het KB van 12 januari 2006 zijn toegestaan en waarvoor de zorgkundige, rekening houdend met de gevolgde opleiding, werkelijk bekwaam is.
De verpleegkundige bezoekt eerst de patiënt en beslist daarna of een bepaalde zorg veilig kan worden gedelegeerd. Bij delegatie moeten de identificatiegegevens van de delegerende verpleegkundige in het patiëntendossier worden vermeld.
De verpleegkundige kan de delegatie aanpassen of beëindigen wanneer de toestand van de patiënt, de zorgnood of de bekwaamheid van de zorgkundige dat vereist.
De rollen blijven helder. De verpleegkundige beslist over de delegatie en organiseert het toezicht. De zorgkundige voert de toevertrouwde handeling correct uit binnen de eigen wettelijke bevoegdheid en rapporteert volgens de gemaakte afspraken.
Verplichte controlebezoeken door een verpleegkundige
De verpleegkundige controleert of de delegatie correct verloopt en verleent tijdens het controlebezoek zelf de zorg die op dat moment nodig is.
Volgens artikel 8, § 12 bedraagt de minimale frequentie:
- minstens één controlebezoek per maand bij elke patiënt bij wie een zorgkundige verpleegkundige activiteiten uitvoert;
- minstens twee controlebezoeken per maand bij forfait A;
- minstens vier controlebezoeken per maand bij forfait B;
- minstens één controlebezoek per dag bij forfait C en bij de bedoelde palliatieve honoraria.
Op de dag van opname in een verzorgingsinstelling of op de dag van het overlijden van de patiënt mag het controlebezoek achterwege blijven.
De frequentie en tijdstippen van de controlebezoeken moeten altijd passend zijn voor de zorgsituatie van de patiënt en worden gemotiveerd in het verpleegdossier.
De 40%-drempel is een controlesignaal, geen automatisch verbod
Wanneer zorgkundigen in één kalendermaand meer dan 40% van de geattesteerde basisverstrekkingen van de equipe uitvoeren, zowel binnen als buiten de forfaitaire honoraria, kan de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle van het RIZIV de reden van deze overschrijding opvragen en verder onderzoeken.
De grens van 40% is dus geen absoluut verbod. Het is een drempel die aanleiding kan geven tot controle.
Ook bij een overschrijding moeten de vijf criteria uit artikel 3, § 1 van het KB van 12 januari 2006 aantoonbaar vervuld blijven.
Correct attesteren is essentieel
De delegerende verpleegkundige kan de toegestane activiteit in eigen naam attesteren met de toepasselijke nomenclatuurcode.
Daarbij moeten het RIZIV-nummer van de zorgkundige en de door die zorgkundige uitgevoerde verstrekkingen worden vermeld op het getuigschrift voor verstrekte hulp of op een gelijkwaardig document.
Het honorarium omvat niet alleen de uitgevoerde activiteit, maar ook alle vereiste aspecten van controle en toezicht.
Worden de voorwaarden van artikel 8, § 12 niet nageleefd, dan is er voor de betrokken verstrekkingen geen tegemoetkoming van de ziekteverzekering.
Praktische checklist voor een equipe die met zorgkundigen werkt
Controleer vóór de inzet van een zorgkundige minstens de volgende punten:
- Bestaat de equipe uit minstens drie beoefenaars van de verpleegkunde?
- Zijn minstens twee van hen VVAZ?
- Zijn de verpleegkundige leden geconventioneerd en oefenen zij het beroep in hoofdberoep uit?
- Werken zij aantoonbaar mee aan de zorg van de patiënten?
- Gebruikt iedereen hetzelfde nummer gestructureerde equipe?
- Is aan de activiteitsvoorwaarde van 3.000 W-waarden gedurende zes maanden voldaan?
- Zijn de interne afspraken aangepast aan de regelgeving vanaf 1 juli 2026?
- Is de verklaring op erewoord correct ingediend en bewaard?
- Heeft de zorgkundige een geldig visum en RIZIV-nummer?
- Zijn delegatie, rapportering en controlebezoeken correct in het dossier geregistreerd?
- Wordt het aandeel basisverstrekkingen door zorgkundigen maandelijks opgevolgd?
Goede samenwerking begint bij duidelijke afspraken
Een zorgkundige opnemen in een gestructureerde equipe is veel meer dan extra hulp organiseren. Het vraagt een doordacht zorgplan, duidelijke delegatie, bereikbare verpleegkundigen, tijdige rapportering, controlebezoeken, permanente vorming en een correcte administratie.
De wijzigingen van juli 2026 maken ook duidelijker welke plaats de VVAZ en de basisverpleegkundige in het team innemen. Minstens twee VVAZ bewaken de verpleegkundige expertise en continuïteit, terwijl een basisverpleegkundige binnen de eigen bevoegdheden mee verpleegkundige zorg kan verlenen. De zorgkundige blijft werken op basis van delegatie en toezicht.
Deze voorwaarden beschermen in de eerste plaats de patiënt. Ze zorgen ervoor dat iedereen weet wie welke zorg uitvoert, wie toezicht houdt en hoe veranderingen in de toestand van de patiënt snel worden opgevolgd.
Dat sluit aan bij waar Thuisverpleging Kathleen Deschaght voor staat: professionele zorg, dicht bij de patiënt en gedragen door een goed georganiseerd team.
Deze blog bevat algemene informatie en vormt geen individueel juridisch of nomenclatuuradvies. De RIZIV-webpagina over het opnemen van een zorgkundige vermeldde op 22 juli 2026 nog gedeeltelijk de vroegere samenstellingsvoorwaarden. Voor deze actualisering is uitgegaan van het later gepubliceerde KB van 24 juni 2026, het corrigendum van 8 juli 2026 en de actuele RIZIV-informatie over basisverpleegkundigen. Controleer voor concrete toepassing steeds de recentste officiële en geconsolideerde regelgeving.
Bronnen: